Extreme regenval en loodzware hitte zijn bedreigingen waartegen we in deze veranderende tijden dringend voorzorgen moeten nemen. Vooral op stedelijk niveau is actie erg belangrijk.

Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met opeenvolgende hete dagen. Wanneer het daarbij ’s nachts onvoldoende afkoelt kan in de bebouwde omgeving het zogeheten ‘Urban Heat Island’ effect optreden. In een stedelijke omgeving wordt daarbij een steeds hogere constante temperatuur opgebouwd doordat overdag woningen, daken en bestrating een grote hoeveelheid warmte absorberen die ’s nachts onvoldoende afgestaan wordt. Dit kan bij risicogroepen ‘hittestress’ veroorzaken. Tijdens de hittegolf van 2003 zijn in Europa meer dan 80.000 mensen aantoonbaar aan de gevolgen van deze hittestress bezweken.

In het algemeen kan men stellen dat een bepaalde mate van klimaatbestendigheid vereist is. Deze kan bereikt worden door weloverwogen te werken aan weerbaarheid en veerkracht. Om te voorkomen dat bewoners massaal hun toevlucht zoeken in airconditioning, die veel energie verbruikt, het warmteprobleem vergroot en zo het klimaatvraagstuk op microniveau verergert, kan met behulp van specifieke groenstructuren voor verkoeling in een stedelijke omgeving gezorgd worden. Met 10% meer groen wordt het al snel 4 ºC koeler. Daarbij is wel van belang het assortiment, de mate van schaduwwerking en verdamping alsmede bestendigheid tegen zowel extreme droogte als extreme neerslaghoeveelheden van deze groenpartijen.

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 staat dat Nederland in 2050 klimaatbestendig moet zijn. In de aanloop hiernaartoe moeten, uiterlijk in 2020, gemeenten bepaald hebben hoe klimaatbestendig ze nu zijn en welke maatregelen te treffen om klimaatbestendigheid te vergroten of te behouden. Hiervoor worden klimaatstresstesten uitgevoerd. Hoe dat het beste kan wordt de komende maanden uitgetest in pilots.